Voorafgaand aan de Tweede Kamerverkiezingen toetst een door de Nederlandse Orde van Advocaten (NovA) ingestelde commissie van juristen en wetenschappers, de zogeheten Commissie Rechtsstatelijke Toets Verkiezingsprogramma’s, in hoeverre de conceptverkiezingsprogramma’s van de aan de verkiezingen deelnemende partijen binnen de grenzen van de rechtsstaat blijven.
In de aanloop naar de verkiezingen van 29 oktober 2025 voerde een NOvA-commissie voor de vijfde keer een dergelijke toets uit. De bevindingen van de Commissie Rechtsstatelijke Toets Verkiezingsprogramma’s in 2025 waren niet mals: slechts vier partijen (Partij voor de Dieren, Volt, GroenLinks-PvdA en DENK) deden in hun verkiezingsprogramma’s geen enkel voorstel dat volgens de commissie in strijd is met de rechtsstaat. Dergelijke rapporten krijgen vaak veel aandacht in de media – en daarmee ook de rechtsstaat.
Er wordt echter inmiddels ook de nodige kritiek geuit op de vrijmoedigheid waarmee dergelijke commissies oordelen over de rechtsstatelijkheid van (delen van) verkiezingsprogramma’s en soms ook over andere politieke plannen (zoals het regeerprogramma van het kabinet-Schoof, waarover een vergelijkbare commissie oordeelde). De rechtsstaat, zo klinkt het, is immers geen vastomlijnd begrip en geen enkele commissie kan eenzijdig bepalen waar de grenzen van dit begrip liggen. Dat zou er immers voor kunnen zorgen dat niet zozeer de (bekritiseerde) voorstellen, maar in toenemende mate ook de rechtsstaat zelf de inzet wordt van politiek debat.
Tegen die achtergrond nodigt de redactie van TvCR lezers uit om te reflecteren op de volgende stelling:
- De instelling van commissies voor de toetsing van de rechtsstatelijkheid van politieke plannen, zoals de Rechtsstatelijke Toets Verkiezingsprogramma’s van de NOvA, doet de bescherming van de rechtsstaat meer kwaad dan goed.
De redactie verzoekt inzenders in hun reactie in te gaan op de gehanteerde definitie van rechtsstatelijkheid.
Bijdragen mogen 2500 woorden tellen en dienen een duidelijk beargumenteerd standpunt vóór dan wel tegen de stelling te bevatten. De redactie verzoekt belangstellenden hun bijdrage uiterlijk 15 maart 2026 aan te leveren per e-mail in een wordbestand (tvcr@staatsrechtkring.nl).