Call for papers: De Stelling – Tijdschrift voor Constitutioneel Recht

Op 4 juli 2026 was het precies 250 jaar geleden dat het Amerikaanse Congres de Onafhankelijkheidsverklaring (Declaration of Independence) aannam. In die periode van 250 jaar is de Amerikaanse Constitutie vrijwel doorlopend een belangrijk ijkpunt geweest voor de staatsrechtbeoefening in de hele (westerse) wereld. Ook in de Nederlandse staatsrechtelijke literatuur vormt de Amerikaanse constitutie, met name in de afgelopen decennia, een belangrijke bron van inspiratie voor rechtsvergelijkende beschouwingen. Daarop is echter ook de nodige kritiek mogelijk. Ben Vermeulen beklaagde zich al in 2001 in een kritische beschouwing met de veelzeggende titel ‘Waarom wij het Supreme Court niet (altijd) hoeven te volgen’ over:

‘betogen waarin zonder zicht op de wezenlijke verschillen tussen de te vergelijken stelsels gegevens en conclusies betreffende het ene stelsel ongenuanceerd overgeplant worden op het andere stelsel. In een van de varianten hiervan wordt verwezen naar een of ander constitutioneel hof – bij voorkeur het U.S. Supreme Court, want dat schrijft Engels en geen moeilijk Duits, onbegrijpelijk Frans of onleesbaar Italiaans – dat blijkbaar enige wijze arresten gewezen heeft die als maatstaf moeten fungeren om er de rechtsstatelijke of mensenrechtelijke kwaliteit van de Nederlandse rechtsorde aan af te meten. (…) Met name op het terrein van de bestrijding van discriminatie zou de rechtspraak [van het U.S. Supreme Court] richtingwijzend dienen te zijn voor de Nederlandse wetgeving en jurisprudentie. Nu wil ik niet geheel uitsluiten dat dat incidenteel het geval zou kunnen zijn. Maar in veel meer gevallen is het (…) appels met peren vergelijken.’[1]

Ongeveer 25 jaar later staan de staatsrechtelijke ontwikkelingen in de Verenigde Staten nog altijd sterk in de belangstelling. Nu roepen ze echter ook de vraag op of het Amerikaanse staatsrecht wel een ijkpunt vormt voor het Nederlandse staatsrecht of dat nu juist duidelijk blijkt dat de verschillen tussen beide stelsels daarvoor te groot zijn. Kortom, kan het Amerikaanse staatsrecht (nog) een bron van inspiratie zijn voor Nederlandse staatsrechtbeoefenaren, en zo ja, op welke manier?

Voor de rubriek De Stelling in het Tijdschrift voor Constitutioneel Recht nodigt de redactie lezers van het tijdschrift daarom uit om te reageren op de volgende stelling:

Het Amerikaanse constitutioneel recht is en blijft een voorbeeld voor het Nederlandse en daarom blijven vergelijkende beschouwingen over het staatsrecht van Nederland en de Verenigde Staten van meerwaarde.

Bijdragen mogen 2500 woorden tellen en dienen een duidelijk beargumenteerd standpunt vóór dan wel tegen de stelling te bevatten. De redactie verzoekt belangstellenden hun bijdrage per e-mail uiterlijk woensdag 21 oktober a.s. aan te leveren in een wordbestand bij redactiesecretaris Tessa Geul (info@mata-biak.nl).


[1] Grensverleggend staatsrecht. Opstellen aangeboden aan prof.mr. C.A.J.M. Kortmann, Deventer: Kluwer 2001, p. 323-324.

Algemeen