Eens in de drie jaar wordt de Dissertatieprijs van de Staatsrechtkring uitgereikt. In aanmerking komen proefschriften op het terrein van het staatsrecht, vergelijkend staatsrecht of staatstheorie die in de voorliggende periode zijn verdedigd aan een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden. Leerstoelhouders staatsrecht, constitutioneel recht en staats- en bestuursrecht aan deze universiteiten worden per brief uitgenodigd maximaal één gemotiveerde voordracht te doen conform het reglement dat daartoe voor elke editie wordt vastgesteld. Daarbij kan het gaan om een proefschrift dat door henzelf of door anderen is begeleid. Een driehoofdige jury kiest uit de voordrachten de winnaar. De prijs, bestaande uit een geldbedrag en een aandenken, wordt uitgereikt tijdens de jaarlijkse Staatsrechtconferentie.

Winnaars

Jan Willem van Rossem (2015)

9789013125344-240x300De Dissertatieprijs van de Staatsrechtkring 2015 is gewonnen door Jan Willem van Rossem met het proefschrift Soevereiniteit en pluralisme. Een conceptuele zoektocht naar de constitutionele grondslagen van de Europese rechtsorde. Promotores waren prof. mr. Douwe Jan Elzinga en prof. mr. Gerhard Hoogers. In zijn proefschrift, waarop hij in 2014 promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen, gaat Van Rossem in op de vraag of de ontwikkeling van de Europese Unie heeft geleid tot een nieuw constitutioneel tijdperk, waarmee een einde zou zijn gekomen aan de traditionele Westfaalse doctrine: het paradigma dat statensoevereiniteit als uitgangspunt neemt en rechtsrelaties hiërarchisch benadert. Aan de hand van een anatomie van het leerstuk van soevereiniteit neemt hij stelling tegen een theorie die vandaag een populair alternatief vormt voor Westfalen: het constitutioneel pluralisme. Lees verder >>

Maartje Verhoeven (2012)

9789400001947

Maartje Verhoeven promoveerde in 2011 cum laude aan de Universiteit Utrecht op haar proefschrift met als titel: The Costanzo Obligation of National Administrative Authorities: The Obligations of National Administrative Authorities in the Case of Incompatibility. Promotores waren prof. mr. Sacha Prechal en prof. mr. Rob Widdershoven. Verhoeven analyseert de verplichting van nationale bestuursorganen om bepalingen van nationaal recht buiten toepassing te laten wanneer deze strijdig zijn met bepalingen van het EU-recht (de zogeheten Costanzo-verplichting). In haar proefschrift toont zij aan dat deze verplichting voor bestuursorganen binnen hun eigen nationale rechtsorde problematisch kan zijn. Bovendien valt een en ander af te dingen op de vergelijking tussen nationaal bestuursorgaan en nationale rechter, die ten grondslag ligt aan deze verplichting. Daarom zou de verplichting voor bestuursorganen om nationaal recht buiten toepassing te laten wanneer het strijdig is met EU-recht, gematigd moeten worden.

Evelien Brouwer (2009)

9789004165038-120Evelien Brouwer promoveerde in 2007 aan de Radboud Universiteit Nijmegen op haar dissertatie Digital Borders and Real Rights, Effective remedies for third-country nationals in the Schengen Information System. Promotores waren prof. dr. Elspeth Guild en prof. dr. Cees Groenendijk. In dit proefschrift wordt de rechtspositie van derdelanders onderzocht die zijn opgenomen in het Schengen Informatie Systeem (SIS),  een Europees databestand dat sinds 1995 operationeel is ter compensatie van de opheffing van de binnengrenscontroles. Brouwer wijst op de toenemende risico’s van onjuiste of onrechtmatige gegevensopslag nu SIS en daaraan gekoppelde gegevensbestanden door steeds meer organisaties en staten worden gebruikt en voor meer doeleinden ingezet. Een actieve rol van de nationale rechters en dataprotectie-autoriteiten is daarom volgens haar noodzakelijk.

Monica Claes (2006)

9781841134765Monica Claes promoveerde in 2004 cum laude aan de Universiteit Maastricht op haar proefschrift The National Courts’ Mandate in the European Constitution. Promotores waren prof. mr. Aalt Willem Heringa en prof. dr. Bruno De Witte. Het proefschrift analyseert de complexe positie van de nationale rechter in de toepassing van het Europese gemeenschapsrecht. Dit gebeurt aan de hand van een brede vergelijkende studie en een fundamentele analyse van de kerndoctrines van het gemeenschapsrecht vanuit zowel een nationaal-constitutioneelrechtelijk als een Europeesrechtelijk perspectief. Alleen door beide perspectieven te combineren, zo laat Claes zien, ontstaat de mogelijkheid om tot een solide theoretische basis voor constitutioneel pluralisme in Europa te komen.

Janneke Gerards (2003)

9789054093534Janneke Gerards promoveerde in 2002 cum laude aan de Universiteit Maastricht op haar dissertatie Rechterlijke toetsing aan het gelijkheidsbeginsel, een theoretische en rechtsvergelijkende studie naar de wijze waarop rechters om (moeten) gaan met klachten over ongelijke behandeling. Promotor was prof. mr. Aalt Willem Heringa. In het proefschrift wordt een theoretisch model ontwikkeld voor de rechterlijke toetsing aan het gelijkheidsbeginsel aan de hand van een grondige theoretische analyse van de begrippen gelijkheid, vergelijkbaarheid, onderscheid, differentiatie, classificatie en discriminatie. Voorts biedt het proefschrift een heldere analyse van de praktijk van de rechterlijke toetsing aan het gelijkheidsbeginsel in vier rechtsstelsels: het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens, het Europese recht, Nederland en de Verenigde Staten.